‘Voortaan regel ik zelf mijn zaken met instanties. Gewoon thuis, op mijn laptop.’
Jerry (43) uit de Haagse Beemden, BredaBij jou in de buurt
Wij werken vanuit locaties in Breda, Alphen-Chaam en Baarle-Nassau. Er is dus altijd een locatie bij jou in de buurt.
Locaties in jouw buurtVeel gestelde vragen
Via onze website kun jij jezelf op weg helpen. Zo hebben we de antwoorden op de meestgestelde vragen voor jou op een rijtje gezet.
Niet zo goed in lezen? Gebruik dan onze voorleeshulp. En kom je er echt niet uit? Neem dan contact met ons op.
Veel gestelde vragenJe kunt bij ons terecht voor hulp en ondersteuning op verschillende gebieden. Waar kunnen we jou mee helpen?
Laatste nieuws
Sta je voor een uitdaging in je leven en wil je we...
Samen verder... of apart? Twijfel je over de toek...
Vanaf woensdag 17 juni 2026 is Sociaal Raadslieden...
Slachtoffer zijn van een straatroof is heel ingrijpend en kan een diepe indruk maken. Los van de materiele schade en zaken die je allemaal moet regelen, kan er ook veel emotionele schade zijn.
Je wilt de gebeurtenis zo snel mogelijk achter je laten. Toch is het goed om jezelf de tijd te gunnen en emoties niet weg te stoppen. Het is normaal dat mensen in het begin last hebben van hoofdpijn, spanningen, nare herinneringen of huilbuien hebben. Dit kost veel energie.
Als zus, maar ook als vertrouwde persoon, kun je veel voor haar betekenen. Je steun lost niet alle problemen op, maar kan wel een groot verschil maken bij de verwerking van de straatroof.
Vraag aan haar hoe het met haar gaat en wat zij nodig heeft. Geef haar de ruimte om te praten over de gebeurtenis of juist over iets anders. Veel praten over wat gebeurd is, kan de angst verminderen. Eventueel kun je haar helpen door samen met haar weer korte stukjes naar buiten te gaan om weer vertrouwen op te bouwen. Toon belangstelling en geef serieuze aandacht, ook in de weken en maanden na de gebeurtenis.
Als dit onvoldoende helpt, kunnen jullie ook contact opnemen met Slachtofferhulp. Zij kunnen extra professionele ondersteuning bieden en zo nodig doorverwijzen naar meer specialistische hulp als de klachten aan blijven houden.
Maak je je zorgen over de blauwe plekken die een kind heeft? Ga dan met de ouder(s) in gesprek. Het is belangrijk dat je zorgen centraal staan, en dat je niet de ouder(s) gelijk beschuldigt van kindermishandeling. Dit wekt vaak veel negativiteit en boosheid op, wat een averechts effect kan hebben. Deel met de ouder(s) van het vriendje wat je gezien en gehoord hebt en vraag of je kunt helpen. Als ze open staan voor hulp kun je altijd contact opnemen met het CJG. (https://www.cjgbreda.nl/contact)
Vind je het lastig om met de ouder(s) in gesprek te gaan? Reageren ze ontkennend? Blijf je je zorgen maken? Neem dan contact op met Veilig Thuis voor advies of een melding. (https://www.veiligthuiswb.nl/ ). Zij gaan dan een onderzoek starten naar de veiligheid van het kind. Zij mogen ook informatie inwinnen bij andere betrokken partijen, zoals de huisarts en de school van het kind.
Het is niet verantwoord om jonge kinderen onder de 7 jaar alleen thuis te laten. ‘s Nachts alleen thuis blijven is zelfs pas verantwoord vanaf 16 jaar. Niet alleen omdat kinderen die verantwoordelijkheid nog niet aankunnen als ze wakker worden en er iets aan de hand is. Maar er kan ook bijvoorbeeld brand uitbreken.
Het is belangrijk om, als dat lukt, met de ouders van deze meisjes in gesprek te gaan en je zorgen te delen. Dat je gehoord hebt dat ze regelmatig ‘s nachts alleen thuis zijn. Probeer te achterhalen wat de reden is dat ze alleen worden thuisgelaten. Zijn er eventueel andere oplossingen te bedenken? Als blijkt dat er problemen zijn en de ouders staan open voor hulp kan er contact worden opgenomen met het CJG.
Als het je niet lukt om met de ouders hierover in gesprek te gaan of ouders ontkennen dit, dan kun je altijd contact opnemen met Veilig Thuis. Je kunt met hen je zorgen bespreken, advies vragen of zo nodig een melding doen bij hen. Zij gaan dan een onderzoek starten naar de veiligheid van de kinderen. Zij mogen ook informatie inwinnen bij andere betrokken partijen, zoals de huisarts en de school van de kinderen.